Alleen informatief — geen financieel of juridisch advies.
In 2026 is de grote vraag in de VS niet "Wordt crypto verboden?" maar wie het reguleert en volgens welk regelboek. Daarom sleept de strijd voort over waar een "effect" eindigt en een "digitale grondstof" begint.
Het Congres probeert die grijze zone te verkleinen via een marktstructuurwet voor crypto (een allesomvattend voorstel voor de spelregels over hoe de crypto-markt moet worden toezicht gehouden).
Aan de Senaatskant is het onderwerp duidelijk geïntensiveerd: voorzitter van de Senaatscommissie voor Bankwezen Tim Scott heeft een markup aangekondigd van een breed marktstructuurpakket.
Het vereenvoudigde kader ziet er zo uit:
SEC (Securities and Exchange Commission) bekijkt crypto via de bril van effecten. Als een token wordt verkocht als een investering met de verwachting van winst, zal de SEC het waarschijnlijk behandelen als een investeringscontract en effectenmarktvereisten toepassen.
CFTC (Commodity Futures Trading Commission) reguleert historisch gezien grondstoffen en derivaten. In crypto-debatten wordt de CFTC vaak gepositioneerd als toezichthouder voor digitale grondstoffen en voor markregels rond handel, margin en clearing.
In de praktijk komt het geschil neer op één vraag: is de token een effect of een grondstof (digitale grondstof versus effect)—en welk registratie-regime is dus van toepassing op het platform dat het noteert.
Een marktstructuurwet probeert in één kader te verpakken:
Het doel is van regulering-op-gevoel naar formele criteria te gaan—wat wetgevers vaak noemen: duidelijke spelregels.
In 2025 stemde het Huis van Afgevaardigden over een pakket dat toezicht en de scheidslijn grondstof-vs-effect wilde verduidelijken (publieke samenvattingen beschreven het als het vergroten van duidelijkheid rond de rol van de CFTC en tokenclassificatie).
Ondertussen werkte de Senaatscommissie voor Bankwezen aan principes (juni 2025), daarna discussiedrafts (zomer/herfst 2025), en in januari 2026 ging het proces naar markup-fase.
In de meeste marktstructuurvoorstellen zie je het idee van een "brug": een token kan zijn leven beginnen onder een effectenachtige benadering, maar naarmate een netwerk meer gedecentraliseerd wordt en minder afhankelijk van één controlerende groep, zou er een pad moeten zijn om het meer als een digitale grondstof te behandelen.
In gewoon Nederlands vertaald:
In het publieke debat is de Howey-test een shorthand voor: de SEC kan een token als effect behandelen als men winst verwacht door de inspanningen van anderen. De frustratie gaat minder over de test zelf en meer over het feit dat deze is gebouwd voor een ander tijdperk.
Toepassing op moderne tokensystemen kan ambigu zijn, wat het moeilijk maakt voor bedrijven om listing, marketing en distributie te plannen wanneer de uitkomst afhangt van interpretatie.
Als marktstructuurwetgeving wet wordt, is de grootste verschuiving voor infrastructuur waarschijnlijk duidelijkere registratieroutes:
Voor gebruikers betekent dit meestal meer gestandaardiseerde notarische regels voor listings, KYC/AML-verwachtingen en rapportage—minder "iedere beurs doet het anders".
In 2026 is de praktische beleggersaanpak niet proberen elk wetsvoorstel tot in detail te voorspellen. Het is institutionele signalen volgen:
Amerikaanse crypto-regelgeving in 2026 is een verhaal van "een markt die volwassen wordt": wetgevers willen duidelijkere regels, en de SEC-vs-CFTC-strijd wordt via een marktstructuurwet naar een formelere scheiding geduwd. Praktisch: focus op drie zaken: de waarschijnlijke status van de token (effect vs digitale grondstof), de regelgevende houding van het handelsplatform, en hoe transparant het platform is over compliance en rapportage. Hoe minder verrassingen het regelboek oplevert, hoe kleiner de "regulatory premium" die in het risico is verwerkt.