ECB en getokeniseerd onderpand: wat dit verandert voor banken en de EU-tokenisatiemarkt
Wat het Eurosysteem aankondigde
Het Eurosysteem kondigde aan dat banken vanaf 30 maart 2026 marktbare activa die via central securities depositories (CSDs) zijn uitgegeven met DLT-diensten kunnen gebruiken als onderpand in kredietoperaties van het Eurosysteem.
Belangrijk: dit betekent niet “elke blockchain-token”. De beslissing geldt specifiek voor effecten/marktbare activa die zijn uitgegeven en vastgelegd binnen het CSD-kader.
Voorwaarden voor acceptatie als onderpand
Het Eurosysteem benadrukt dat dergelijke activa onder het standaardkader voor onderpand worden geaccepteerd, onderworpen aan bestaande regels:
- het actief moet voldoen aan geschiktheidscriteria en eisen voor collateralbeheer;
- de belangrijkste technische eis: het actief moet beschikbaar zijn voor afwikkeling in in aanmerking komende effectenafwikkelingssystemen, in overeenstemming met CSDR en bereikbaar via TARGET2-Securities (T2S);
- de mobilisatie van onderpand volgt de bestaande praktijken van het Eurosysteem, “zoals bij andere marktbare activa”.
Kort gezegd: een DLT-wrapper is toegestaan, maar integratie met de Europese post-trade-infrastructuur blijft verplicht.
Waarom dit nu ter discussie staat
Omdat dit een stap raakt naar de kernmechanismen van het bankwezen:
- onderpand bij de centrale bank draait om liquiditeit, geldmarkten en treasuryoperaties;
- als het Eurosysteem “ja” zegt, stopt tokenisatie met een sandbox-experiment en begint het te integreren in standaardprocessen.
Het Eurosysteem geeft ook aan dat het verder zal onderzoeken hoe activa die volledig op DLT-netwerken worden uitgegeven en vereffend (zonder vertegenwoordiging in in aanmerking komende SSS) in de toekomst acceptabel kunnen worden.
Wie profiteert en waar de impact zichtbaar wordt
Banken
Het belangrijkste voordeel is dat banken tokenized effecten als onderpand kunnen gebruiken zonder omwegen.
Dit vereenvoudigt treasuryprocessen voor banken die met DLT-uitgegeven instrumenten werken en deze als “normaal” onderpand willen behandelen.
CSDs en post-trade-infrastructuur
Als een actief “bereikbaar via T2S” moet zijn, wordt de rol van CSDs en T2S nog centraler. Dit duwt tokenisatie richting de gereguleerde kern in plaats van parallelle systemen.
Uitgevers en tokenisatieplatforms
Er ontstaat een duidelijk signaal: instrumenten die zijn gestructureerd om in aanmerking te komen als ECB-onderpand kunnen meer nut hebben voor bankhouders. Dit kan de vraag naar “correct verpakte” DLT-uitgiften ondersteunen.
Knellende punten en beperkingen om in gedachten te houden
Dit is niet “alles op-chain is nu onderpand”
Het uitgangspunt zijn activa die in CSDs worden uitgegeven met gebruik van DLT-diensten. Volledig on-chain uitgiften zijn een latere fase die nog bestudeerd wordt.
Geschiktheidscriteria blijven van toepassing
Zelfs als een actief DLT-gebaseerd is, moet het voldoen aan de gebruikelijke kwaliteitseisen, infrastructuurvereisten en controles voor collateralbeheer.
Regulatoire koppeling wordt juist strakker
De persverklaring verwijst naar CSDR, het DLT Pilot Regime, MiCAR en het eurogebiedseffectenrecht.
Vertaling: “snel lanceren en later uitzoeken” is geen levensvatbare strategie voor institutionele markten.
Hoe nieuws over getokeniseerd onderpand correct te lezen
Stel deze vragen:
- Is het actief uitgegeven via een CSD of puur on-chain?
- Is het bereikbaar voor afwikkeling via T2S?
- Is het een verhandelbaar effect, geen utility token?
- Wie profiteert er daadwerkelijk: banktreasury, CSD, uitgever of infrastructuurprovider?
- Is er een concrete tijdlijn? 30 maart 2026 is een vaste datum, geen “ooit in de toekomst”.
Conclusie
Het Eurosysteem zet een duidelijke stap: DLT-uitgegeven effecten binnen het CSD-kader krijgen een route om volledig bruikbaar te worden als onderpand — vanaf 30 maart 2026, onder de standaardregels.
Voor de tokenisatiemarkt is dit een sterk signaal: de technologie beweegt naar de gebieden die voor banken het belangrijkst zijn — liquiditeit en onderpand.